Proefspelen

1.1 Voor vacatures wordt een proefspel uitgeschreven, tenzij de directeur na overleg met de ondernemingsraad anders besluit.

1.2 Het proefspel is toegankelijk voor de orkestleden.

1.3 Het doel van een proefspel is kandidaten te vergelijken om te komen tot aanwijzing van de meest geschikte kandidaat of kandidaten voor de vacature. Direct na afloop van het proefspel brengt de betreffende proefspelcommissie advies uit aan de directeur.

1.4 a. De chef-dirigent heeft het recht zich rechtstreeks met een advies tot de directeur te wenden indien hij een afwijkende mening heeft met betrekking tot het door de proefspelcommissie uitgebrachte advies.

1.4 b. Als de chef-dirigent van dit recht gebruik wil maken, dient hij dit aan het eind van de beraadslaging aan de proefspelcommissie mede te delen.

1.5 a. De door de proefspelcommissie voorgedragen kandidaat wordt vervolgens door de directeur uitgenodigd voor een gesprek met als doel de kandidaat te beoordelen op andere dan artistieke gronden zoals:

– communicatieve en sociale vaardigheden
– motivatie om bij het NNO te komen werken
– aanvoerderscapaciteiten (indien van toepassing)
– andere in het profiel genoemde eisen/kwaliteiten
1.5 b. Naast de directeur zullen bij dit gesprek tevens de aanvoerder(s) van de groep

waarvoor het proefspel is uitgeschreven aanwezig zijn. In geval van een vacature voor een aanvoerder zullen in overleg aanvoerder(s) van een vergelijkbare instrumentgroep worden gevraagd.

1.5 c. De directeur draagt zorg voor schriftelijke vastlegging van het besprokene ten behoeve van het personeelsdossier.

1.5 d. Als op grond van het gesprek het vermoeden gerechtvaardigd is dat de kandidaat zich niet in het orkest zal voegen, heeft de directeur het recht betrokkene niet aan te stellen. Hij geeft hiervan met redenen omkleed bericht aan de proefspelcommissie.

1.6 Indien het in artikel 1.4 bedoelde advies van de chef-dirigent de directeur aanleiding geeft niet tot aanstelling over te gaan, zal hij de proefspelcommissie hiervan met redenen omkleed op de hoogte stellen.

Met ingang van januari 2012 is een nieuw formatieplan vastgesteld. Daarin staat over contracten voor nieuwe medewerkers het volgende: “De functies die je in principe weer vast wilt bezetten (denk aan aanvoerders) vul je in de komende jaren (nog) niet met een vast contract in. Daardoor blijft er voorlopig flexibiliteit, dat is nodig om een goed evenwicht te vinden, zowel artistiek als qua kosten.”

Contracten bij het NNO

Procedure eerste jaar van de tijdelijke aanstelling in proeftijd

4.1 a. Aan de door de proefspelcommissie voorgedragen kandidaat wordt, mits geen sprake is van de in artikel 1.5d omschreven situatie, een tijdelijke aanstelling in proeftijd van een jaar aangeboden. In het geval van een trialperiode, zoals omschreven in 3.9c en 3.9d kan een tijdelijke aanstelling in proeftijd voor een bepaalde tijdsduur worden afgesproken.

b. In het proefjaar informeert de directeur bij de aanvoerder van de betreffende instrumentgroep naar de eerste indruk van het functioneren.

c. Circa drie maanden na het ingaan van het proefjaar wordt door de directeur een functioneringsgesprek gevoerd met de kandidaat, in aanwezigheid van de aanvoerder(s) van de betreffende instrumentgroep en zo mogelijk de chef-dirigent.

d. Tutti-strijkers worden, in overleg met de aanvoerder(s) gedurende het eerste jaar van de tijdelijke aanstelling in proeftijd, voor één of twee producties (afhankelijk van het

aantal aanvoerders) ingedeeld aan de eerste lessenaar, naast de aanvoerder(s). Indien een trialperiode voor tutti-strijkers van toepassing is, zoals omschreven in 3.9c en 3.9d, geldt dat deze ook voor één of twee producties (afhankelijk van het aantal aanvoerders) ingedeeld worden aan de eerste lessenaar, naast de aanvoerder(s).

e. Na zes maanden komt de proefspelcommissie bijeen ter evaluatie van en raadpleging over de kandidaat. De directeur stelt de kandidaat op de hoogte van de uitkomst van deze evaluatie en raadpleging.

f. Na negen maanden geeft de proefspelcommissie advies aan de directeur over het functioneren van de kandidaat met het oog op de toekomst van de kandidaat bij het NNO.

Procedure 11 maanden van het tweede jaar van de tijdelijke aanstelling in proeftijd

4.2 a. Als de eindevaluatie positief (4.1f) is en de kandidaat mag blijven, dan krijgt hij/zij (na het proefjaar) een contract voor elf maanden in proeftijd. Dat wil zeggen een contract voor bepaalde tijd of een freelance contract als de kandidaat dat liever wil.

b. Na zes maanden in het tweede jaar van de tijdelijke aanstelling in proeftijd, is er een functioneringsgesprek met de directeur, de artistiek leider en de aanvoerder. Als het om een aanvoerderspositie gaat, zal er een aanvoerder van een andere groep worden uitgenodigd. In dit gesprek wordt ingegaan op het functioneren van de musicus, naar de in artikel 1.5a beschreven vaardigheden en kwaliteiten.

c. Bij goed functioneren kan worden aangegeven dat de tijdelijke aanstelling in proeftijd zal worden omgezet in een contract voor onbepaalde tijd (na elf maanden in het tweede jaar).

d. Als een kandidaat na 1,5 jaar niet goed blijkt te functioneren, dan heeft deze nog ca. vijf maanden voordat het tijdelijke contract van elf maanden in het tweede jaar van de proeftijd wordt beëindigd.