Programmatoelichting Brahms & Beethoven

Op deze pagina vind je informatie over het concert Brahms & Beethoven. Dit is de vervanger van het programmaboekje dat je altijd bij concerten uitgereikt kreeg. Op deze manier krijg je toch achtergrondinformatie en de setlist van de te spelen werken en nummers. Leuk om nog eens na te lezen. Veel plezier bij Brahms & Beethoven!

Brahms - Verzoening van een vriendschap

Johannes Brahms was een romanticus, maar niet van de flamboyante soort. Anders dan zijn tijdgenoot en mentor Robert Schumann schreef hij geen muzikale zelfportretten. Evenmin was hij een Liszt-achtig podiumbeest, en al helemaal geen Wagneriaan die alle kunstvormen wilde samenproppen in één mega-ervaring. Hij was eerder een nuchtere ambachtsman, hechtend aan klassieke genres als symfonieën en soloconcerten. Hij stond midden in de maatschappij; het grootste drama van zijn leven was niet zijn onbeantwoorde liefde voor de vrouw van zijn mentor Robert Schumann, maar het mislopen van een dirigentschap in zijn geboortestad Hamburg.

In Brahms’ muziek wordt romantisch temperament dan ook getemperd door klassieke afstandelijkheid. Het duidelijkst hoor je dat in zijn concertante stukken: die klinken als gepassioneerde, maar beheerste dialogen tussen solist en orkest. En in het Dubbelconcert zijn er zelfs drie gesprekspartners.

In dit late werk getuigt Brahms wederom volop van zijn liefde voor de traditie. Dubbelconcerten dateren al uit de Barok, en qua vormopobouw blijft het werk trouw aan de klassieke vorm die door Haydn, Mozart en Beethoven was uitgebeiteld. Tegelijkertijd zwelgt hij in de stilistische vrijheden die de negentiende eeuw bood. Concert, symfonie en kamermuziek zijn in één werk gecombineerd – drie genres, dus, die meestal gescheiden afdelingen vormden. Het stuk is ook een fraai voorbeeld van Brahms’ fascinatie voor het hoe van de noten: de expressie volgt uit de manier waarop hij de klankverhoudingen bepaalt, en niet uit het humeur waarin hij de noten op papier zette.

Zo kon het gebeuren dat de criticus Eduard Hanslick, een groot voorstander van direct aansprekende, gevoelige muziek, dit concert meer als materiaalonderzoek dan als een geslaagd kunstwerk beschouwde: “Het komt op mij over als het resultaat van een sterk combinatievermogen, maar niet als de onweerstaanbare vrucht van scheppende fantasie.” Strenge schoolmeesterpraat. Brahms was zeker geen zielloze notenprocessor. Met dit werk refereerde hij subtiel aan twee vriendschappen die van grote invloed op zijn carrière waren geweest. Het bevat een aantal versluierde Schumann-citaten: een eerbetoon aan zijn ontdekker van weleer, en tevens saluutjes aan diens inmiddels bejaarde echtgenote Clara. Maar bovenal diende het Dubbelconcert om zijn vertroebelde contact met de violist Joseph Joachim te herstellen. Drie jaar eerder had deze Hongaarse ster, voor wie Brahms eerder zijn Vioolconcert componeerde, zijn huwelijk zien stranden op onbewezen overspel van zijn echtgenote. Brahms vond Joachims argwaan volkomen misplaatst, en het meningsverschil dreef de voormalige vrienden uiteen. Met een dubbelconcert kon Brahms tegelijkertijd voldoen aan een opdracht van cellist Robert Hausmann – die had herhaaldelijk om een concert gevraagd – en Joachim de hand reiken; die kon het moeilijk afslaan, gezien Hausmanns betrokkenheid.

Schrijven voor instrumenten die je zelf niet beheerst vergt een zeker lef, ook van een doorgewinterde componist als Brahms. Stukken voor orkest en voor piano gingen hem gemakkelijk af, maar met het schrijven voor strijkinstrumenten begaf hij zich buiten zijn comfort zone – helemaal nu Joachim hem niet meer van advies kon dienen, zoals bij het Vioolconcert. Het resultaat bevat zowel verrassende als vertrouwde elementen. Naast het verwachte ‘pingpongen’ laat Brahms de twee solisten verrassend genoeg vaak tegelijkertijd in parallelle bewegingen spelen, wat een wonderlijk klankbeeld oplevert. Anderzijds bleef Brahms trouw aan de traditionele driedelige concertvorm – een lied-achtig middendeel geflankeerd door twee energieke delen – en de typische ‘stotterende’ triolenritmiek die al decennia zijn visitekaartje was.

Tekst: Michiel Cleij

Beethoven - Overwinningsmuziek?

Op 8 en 12 december 1813 vonden in Wenen twee liefdadigheidsconcerten plaats waarin Ludwig van Beethoven enkele nieuwe orkestwerken dirigeerde. In de herfst van dat jaar hadden de Oostenrijkse en Beierse legers in de beslissende slag bij Hanau de Franse troepen verslagen en werd daarmee een lang verwacht begin ingeluid van het einde van de Napoleontische oorlogen. Het was een vreselijk bloedige strijd geweest, met aan beide zijden vele slachtoffers. De opbrengsten van de twee concerten gingen naar de weduwen en wezen van de gevallen Oostenrijkse soldaten. Het is niet vreemd dat in de euforie van dat moment, de Oostenrijkse zege over de Fransen, Beethovens werken bij het publiek als overwinningsmuziek in de oren klonk.

Op een van de werken, de Symfonie nr. 7 , past die omschrijving wel. Want het is een symfonie met een positief, optimistisch, soms zelfs jubelend geluid. Door alle delen klopt een gedreven ritmische puls. Zelfs in het deel in mineur, het tweede deel in a-klein, dat toch een echte treurmars is, blijft diezelfde veerkracht bewaard. Niet voor niets schreef Beethoven hier ‘Allegretto’ voor en niet een of ander langzaam tempo, zoals in de werkelijk tragische treurmars uit de Eroica (Derde symfonie). Volgens een criticus, die beide eerste uitvoeringen recenseerde in de Allgemeine Musikalische Zeitung, eiste het enthousiaste publiek een herhaling van dit deel en waren zowel kenners als liefhebbers verrukt van deze symfonie. Het na de oorlog opgeluchte Weense publiek heeft zich in zijn euforie kennelijk niet gestoord aan alle grensverleggende weerbarstigheid in dit werk. Want een volkomen verbijsterde Carl Maria von Weber verklaarde later, dat wie dit werk schreef, rijp was voor het gekkenhuis.

Tekst: Clemens Romijn

 

Tianyi Lu, dirigent


Tianyi Lu was tot 2019 assistent-dirigent bij het Melbourne Symphony Orchestra, Dudamel Fellow bij het Los Angeles Philharmonic Orchestra en is momenteel chef-dirigent van de St. Woolos Sinfonia in Gwent, Wales. Onlangs gaf ze onder andere concerten met het Hallé Orchestra, het Los Angeles Philharmonic Orchestra en het Dallas Opera Orchestra. Tianyi Lu begon haar directiestudie bij Uwe Grodd en Karen Grylls aan de University of Auckland. Ze vervolgde haar studie bij John Hopkins aan de University of Melbourne. Aan het Royal Welsh College of Music and Drama, waar ze studeerde bij David Jones, verkreeg ze cum laude haar master in orkestdirectie in 2015. In 2014 werd ze door musici van de Berliner Philharmoniker en andere Duitse orkesten geselecteerd als finalist tijdens de twaalfde Interaktion Dirigentenwerkstatt des Kritischen Orchesters. Tijdens masterclasses en als assistent werkte Tianyi Lu met onder meer Gustavo Dudamel, Mark Elder, Andrew Davis en het Melbourne Symphony Orchestra, Bernard Haitink en de Lucerne Festival Strings, Thomas Søndergård en Xian Zhang en het BBC National Orchestra of Wales en het Gulbenkian Orchestra onder Carlo Rizzi. Momenteel is Tianyi Lu Conductor-in-Residence bij het Symfonieorkest van Stavanger in Noorwegen en Female-Conductor-in-Residence bij de Welsh National Opera. Onlangs dirigeerde zij het Royal Scottish National Orchestra, het Turku Philharmonic Orchestra, Phion Orkest, Västerås Sinfonietta, Lapland Chamber Orchestra, Seattle Symphony en Dunedin Symphony Orchestra. In 2020 won Tianyi Lu de eerste prijs op de Sir Georg Solti International Conductors’ Competition in Frankfurt, en ook de eerste prijs op de 11e editie van de International Conducting Competition Guido Cantelli in Novara en Turijn, Italië, als ook de Teatro Regio Torino Orchestra Award. Tianyi Lu werd geboren in Sjanghai en verhuisde met haar familie naar Nieuw-Zeeland

Cellist Alexey Stadler

Alexey Stadler studeerde aan het Staatsconservatorium Rimski-Korsakov in Sint-Petersburg en de Hochschule für Musik Franz Liszt in Weimar bij Wolfgang Emanuel Schmidt. In 2012 won hij de TONALi Grand Prix in Hamburg. Hij soleerde met het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, de San Francisco Symphony, de Tokyo Metropolitan Symphony, het Royal Philharmonic Orchestra, het Mariinsky-Orkest in Sint-Petersburg, de Münchner Symphoniker en het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra onder dirigenten als Vladimir Ashkenazy, Vasily Petrenko, Valery Gergiev, Michael Sanderling en Marek Janowski.

Violist Stephen Waarts

Stephen Waarts studeerde bij Itzhak Perlman en Li Lin en behaalde zijn bachelor aan het Curtis Institute in Philadelphia bij Aaron Rosand. Hij studeert thans aan de Kronberg Academy bij Mihaela Martin. Hij won de eerste prijs op de Menuhin Competition in 2014, was prijswinnaar op het Koningin Elisabeth Concours in 2015 en kreeg in 2017 de Avery Fisher Career Grant toegekend. Hij trad op met orkesten als het Chamber Orchestra of Europe, het hr-Sinfornieorchester Frankfurt, het Orchestre National de Belgique en het Berliner Konzerthausorchester onder dirigenten als Sir András Schiff, Christoph Eschenbach en Lawrence Foster.

Niks missen?

Wilt u op de hoogte blijven van al het concertnieuws, nieuwe muziek en meer? Of verrast worden door nieuwe video’s en interviews? Schrijf u dan in voor de digitale nieuwsbrief, en ontvang gemiddeld één keer per maand alles wat u niet mag missen van het NNO.

Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen!

Steun het NNO


Het Noord Nederlands Orkest creëert met jouw hulp al decennialang schitterende muzikale werken met de steun van bezoekers en het bedrijfsleven. Weten hoe jij het NNO kunt steunen, zodat concerten zoals Brahms & Beethoven blijven bestaan? Kijk dan hier voor meer informatie.