Programmatoelichting Ravel & Mendelssohn

Op deze pagina vind je informatie over het concert Ravel & Mendelssohn. Veel plezier!

 

Valses nobles et sentimentales - Ravel

Vier jaar voordat Maurice Ravel (1875-1937) werd geboren, werd in Frankrijk de Sociéte national de musique (SNM) in het leven geroepen. De oprichting van de SNM was voor een wezenlijk deel ingegeven door de verloren oorlog tegen Pruisen een jaar eerder, waardoor het Franse muziekleven, dat tot dan toe culmineerde in opera- en balletvoorstellingen, te maken kreeg met een groot tekort aan financiële middelen. De keerzijde van deze financiële malaise was de opbloei van instrumentale muziek in Frankrijk in de laatste decennia van de 19e eeuw. Tegen de tijd dat Ravel zijn carrière in Frankrijk aan het opbouwen was, was de SNM onderhand dermate academisch geworden, dat Ravel – die inmiddels de reputatie genoot het enfant terrible van het toenmalige Franse muziekleven te zijn – samen met enkele anderen besloot ter bevordering van de eigentijdse muziek een nieuw gezelschap op te richten, de Sociéte Musicale Indépendente (SMI). Ravels Valses nobles et sentimentales (1911), waarmee vandaag het concert wordt geopend, beleefde hun première in de oorspronkelijke versie als pianowerk tijdens een concert van de SMI op 9 mei 1911. Als statement tegen de hoogneuzigheid van de SNM organiseerde de SMI die avond een concert, waarin nieuwe composities anoniem werden uitgevoerd en aanwezigen op velletjes papier kenbaar konden maken wie volgens hen de componist van het betreffende werk was. Getuige de herinnering van pianist Louis Aubert, die de Valses nobles et sentimentales in wereldpremière speelde, was de ontvankelijkheid voor eigentijdse muziek in de SMI kennelijk niet veel groter. Tijdens zijn uitvoering beluisterde hij geregeld protesten en tegen de tijd dat hij bij de ‘Epilogue’ was aangekomen, moest hij tegen aanhoudend gemopper onder de luisteraars in spelen, die de Valses nobles et sentimentales voor het gepruts van een beginneling hielden (slechts weinig deelnemers vermeldden Ravels naam als componist op hun papier). Bijna een jaar later, op 22 april 1912, dirigeerde Ravel zelf de orkestversie van Valses nobles et sentimentales, die die avond fungeerde als muziek bij het ballet Adélaïde, ou le langage des fleurs van ballerina Natasja Troehanova en haar gezelschap.

Concert voor viool en orkest op.64 in e kl.t. - Mendelssohn

De Valses nobles et sentimentales staan nu te boek als Ravels in harmonisch opzicht meest progressieve compositie. Tegelijk heeft het stuk ook een retrospectief karakter: de titel is ontleend aan bundels dansmuziek van Franz Schubert (1797-1828), die zowel een set Valses nobles (op.77, D 969) als Valses sentimentales (op.50, D 779) publiceerde. Deze buiging voor het verleden vormt de brug naar het vioolconcert (in e, op.64; 1844) van Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847). In 1835 aanvaardde Mendelssohn het muzikale leiderschap over het Gewandhausorchester in Leipzig, dat in die tijd een bastion van eerbied voor het muzikale verleden was. Mendelssohn besefte dat hij voor het welslagen van zijn taak een sterke concertmeester naast zich nodig had en vroeg hierom zijn jeugdvriend Ferdinand David deze taak op zich te nemen. David beantwoordde Mendelssohns verzoek positief en in de daaropvolgende jaren stuwden Mendelssohn en David het Gewandhausorchester naar het eerste artistieke hoogtepunt in zijn geschiedenis. Toen Mendelssohn in 1843 het conservatorium in Leipzig oprichtte, benoemde hij David tot viooldocent. Sinds de zomer van 1838 speelde Mendelssohn al met het idee zijn vriend met een vioolconcert te fêteren. Getuige de verschillende revisies die er van het stuk zijn, kostte de compositie Mendelssohn kennelijk de nodige moeite. Tegenwoordig geldt Mendelssohns vioolconcert – waaraan David overigens het nodige heeft veranderd in de solopartij! – als één van de meest geliefde concerten in het repertoire.

Concertouverture op.12 - Szymanovski

Bij de première van zijn Concertouverture (op.12; 1904) werd de 23-jarige Karol Szymanovski (1882-1937) ervan beschuldigd de Poolse muziektraditie met Fryderyck Chopin aan het hoofd te willen verwoesten. Vermoedelijk heeft Szymanovski het traditioneel ingestelde Poolse concertpubliek willen provoceren met een orkestwerk, waarin de invloeden van Richard Strauss, Arnold Schönberg en Aleksandr Skrjabin niet te overhoren zijn. Kwalitatief kan Szymanovski’s Concertouverture zich niet meteen meten met de topstukken van de genoemde componisten, maar liefhebbers van de zinnelijke klankroes van laat romantische orkestmuziek komen in dit stuk beslist aan hun trekken.

De Vuurvogel: suite (versie 1919) - Stravinsky

Het ballet De Vuurvogel (1910) van Igor Stravinsky (1882-1971) heeft wel een retrospectief aspect. Hierbij gaat het echter niet om eerbied voor het muzikale verleden, maar om handig jatwerk van een briljante jonge componist onder grote tijdsdruk. Aanvankelijk was het niet Stravinsky, maar de nu grotendeels vergeten Nikolaj Tsjerepnin (1873-1945) die impresario Sergej Djaghilev op het oog had om de muziek bij Fokine’s ballet De Vuurvogel over de overgang van de winter naar de lente te gaan schrijven. Om onduidelijke redenen haakte Tsjerepnin echter af en nadat Djaghilev van Anatol Ljadov al maar niets hoorde en Aleksandr Glazunov liet weten het te druk te hebben, was de desperate Djaghilev rijp voor de gok de taak aan de op dat moment praktisch onbekende Stravinsky toe te vertrouwen. Wetend dat de opera’s van zijn recent overleden leermeester Nikolaj Rimskij-Korsakov (1844-1908) onbekend waren in Parijs en beseffend dat hij weinig tijd had, reeg Stravinsky in zijn balletmuziek een groot aantal vondsten van Rimskij-Korsakov met verbluffende flair en lef aan elkaar. Na de première op 25 juni 1910 in Parijs wist het volledige muzikale establishment in de Franse hoofdstad dat er voortaan met de 28-jarige Stravinsky rekening moest worden gehouden. Voor de concertzaal stelde Stravinsky in 1919 een suite samen, waarbij de nadruk valt op de opwindende tweede helft van het ballet.

Kerem Hasan


Dirigent

Kerem Hasan studeerde piano en directie aan het Royal Conservatoire of Scotland, de Hochschule für Musik Franz Liszt Weimar en de Züricher Hochschule der Künste bij Johannes Schlaefli. In 2016 werd hij finalist in de Donatella Flick Conducting Competition, wat leidde tot een aanstelling als assistent-dirigent aan de Welsh National Opera. In 2017 won hij de Nestle and Salzburg Festival Young Conductors Award en in 2018 de Aspen Conductor Prize. Hij werkte al met tal van orkesten over de hele wereld. Inmiddels is Hasan een vertrouwd gezicht voor ons orkest, we zijn verheugd dat hij opnieuw het NNO dirigeert.

Alena Baeva


Viool

Na haar opleiding aan het Tsjai­kovski Staatsconservatorium in Moskou studeerde Alena Baeva in Frankrijk bij Mstislav Rostropovitsj en Boris Garlitsky, in Zwitserland bij Seiji Ozawa en in Israël bij Shlomo Mintz. Ze heeft meerdere internationale prijzen op haar naam staan en werkt samen met bekende orkesten en ensembles, zoals Ensemble Resonanz, New York Philharmonic, Hong Kong Philharmonic Orchestra, Royal Philharmonic Orchestra en het Tonkünstler-­Orchester Zürich. Alena Baeva wordt beschouwd als een van de meest opwindende en veelzijdige solisten van het moment. Haar carrière heeft de afgelopen jaren internationaal een enorme vogelvlucht gekregen.

Word Vriend!


Het NNO heeft een enthousiaste vriendenvereniging die bij ons het verschil maakt. Dankzij hun financiële bijdrage is er ruimte voor educatie en speciale projecten. Als Vriend van het NNO blijft u op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en ontvangt u meerdere voordelen. Wilt u meer informatie over onze Vrienden? Kijk dan hier voor meer informatie.