Kijk & luister

Artikelen

De geheimen van Jean Sibelius

Jean Sibelius heeft nog altijd een geheimzinnig aura. Zijn muziek is sfeervol en vaak sprookjesachtig, maar ook ongrijpbaar. En lang niet alles is bij het grote publiek bekend. In het nieuwe seizoen speelt het NNO twee werken van de Finse componist.

 

Jean Sibelius (1865-1957) is wereldberoemd en provinciaal tegelijk. In Finland wordt hij gekoesterd als nationale componist en mede daardoor wordt hij daarbuiten altijd weer getypecast: Sibelius staat onveranderlijk op programma´s met een Scandinavisch thema. De Grove Muziekencyclopedie wijdt 23 pagina´s aan hem. Zijn Vioolconcert werd een evergreen, evenals het orkeststuk Finlandia. Het salonstukje Valse Triste ging een eigen leven leiden als stemmingsmuziek bij films en plechtigheden. Maar zulke ´hits´ geven slechts een beperkte indruk van Sibelius´ wonderlijke muzikale persoonlijkheid. Die openbaart zich elders: in zijn zeven hoogst originele symfonieën en in zijn symfonische gedichten over de Finse sagenwereld en natuur. Sibelius kon rekenen op de toewijding van een aantal trouwe meesterdirigenten zoals Herbert von Karajan (´de enige die mijn muziek écht begrijpt´, aldus Sibelius zelf), Thomas Beecham en Leonard Bernstein. In Amerika werd hij een cultcomponist, in Engeland was hij rond 1930 zó geliefd dat hij ´de laatste ware opvolger van Beethoven´ genoemd werd. In Nederland werd hij evenwel nooit zo populair als Gustav Mahler en Anton Bruckner. Zelfs bij zo´n naamsbekende componist valt nog altijd veel te ontdekken.

 

Hoe kan Sibelius´ oeuvre zoveel verborgen parels bevatten? Het heeft alles te maken met de culturele afzondering van Finland. Klassieke muziek was eeuwenlang vooral een Duits-Oostenrijks-Italiaanse aangelegenheid waarin zich pas zo´n honderdvijftig jaar geleden nieuwe stemmen mengden. De exotiek van Russische en Spaanse muziek sloeg meteen overal aan en jaagt nog altijd de emotionele temperatuur in de concertzaal op. Maar Finland is geen exporteur van felle klankkleuren en swingende ritmes. Het is een land van uitgestrekte bossen en vlaktes, schemerlicht, leegte en verstilling. Finse volksliederen zijn minder opzwepend dan flamenco-geklepper of Hongaarse dansen, maar intrigerend als een bergmeer: de diepte zit vol verborgen leven en in het roerloze oppervlak kun je van alles weerspiegeld zien.

Daar komt bij dat Finland vóór Sibelius niet eens de kans kreeg zijn nationale identiteit te tonen: eeuwenlang was het onderdeel van Zweden, daarna werd het bezet door de Russen. Sibelius stond aan de wieg van de Finse onafhankelijkheid. Hoewel hij Zweedstalig was opgevoed en zijn muziekstudie grotendeels in Berlijn en Wenen volgde, ontpopte hij zich spoedig tot hoeder van de Finse identiteit. Het symfonisch gedicht Finlandia uit 1899 kreeg zelfs de status van onofficieel volkslied. 

 

Zijn belangrijkste inspiratiebron werd de Kalevala, het nationale epos waarin oude Finse legenden in versvorm zijn vastgelegd. Ze zitten vol sprookjesachtige taferelen die Sibelius op een originele en pakkende manier verklankte in zijn symfonische gedichten. Daarmee werd hij een concurrent van Richard Strauss, de onbetwiste kampioen in dat genre. Maar Sibelius koos wijselijk voor een andere aanpak: hij vermeed Strauss´ flitsende verteltrant en koos voor een tragere, soms bijna hypnotiserende verteltrant met bezwerende melodielijnen. 

Bij het NNO klinkt in december Pohjola´s Dochter, gebaseerd op één van de boeiendste Kalevala-episodes. Hierin ontmoet een oude, rondzwervende tovenaar de wonderschone ´Dochter uit het noorden´ die op een regenboog zit en gouden draden spint. Zij wil alleen op zijn toenaderingen ingaan als hij een aantal uitdagingen tot een goed einde brengt. Dat lijkt te lukken, maar uiteindelijk schieten de magische krachten van de tovenaar tekort, raakt hij gewond en moet hij zijn tocht alleen voortzetten. Een verhaal met zoveel geheimzinnigheid, kleur en drama biedt natuurlijk enorme muzikale mogelijkheden, en die benut Sibelius optimaal.

Overigens had de Kalevala hem ook heel wat opera-materiaal kunnen verschaffen - de gedichten worden bevolkt door helden, jagers, toveramuletten en magische zwanen - maar die verleiding wist Sibelius te weerstaan; hij wilde geen tweederangs Wagner worden. 

 

Tegenover Sibelius´ ´klankgedichten´ staan zijn zeven symfonieën. Ze beelden niets uit en vertellen geen verhaal, maar de muziek is vaak zó poëtisch dat je je er van alles bij kunt voorstellen. De eerste drie hebben nog duidelijke Tsjaikovski- en Bruckner-trekjes; Symfonie nr. 2 staat in januari op het NNO-programma. Maar vanaf nummer Vier slaat Sibelius aan het experimenteren. De latere symfonieën klinken tegelijkertijd romantisch en wonderlijk modern. Ze hebben geen beeldende titels of nadrukkelijk Fins vlagvertoon, maar ze hebben een wonderlijke spirituele kwaliteit, alsof de componist soms in trance componeerde. Hij componeerde ze merendeels in zijn landhuis buiten Helsinki; de omringende natuur was de belangrijkste inspiratiebron. Een terugkerend element vormen inderdaad de houtblazersmotiefjes die aan overvliegende vogels doen denken - een soort handtekening in al Sibelius´ orkestwerken. Maar met hun massieve akkoordblokken, ijle klankvelden, grillige bewegingen en quasi-religieuze hymnes zijn het bovenal abstracte, universele landschappen. Je kunt ze met Finland associëren, maar evengoed met imaginaire werelden. 

 

Zelf was Sibelius zich volkomen bewust van zijn ongrijpbaarheid. Na zijn vijftigste ging hij zelfs met een kaalgeschoren hoofd door het leven, ter benadrukking van zijn sfinx-achtige imago. Zeer menselijk, ondertussen, was zijn levenslange alcoholverslaving; desondanks werd hij ruim negentig jaar oud en gnuifde hij op hoge leeftijd: ´Alle artsen die mij het drinken en roken hebben verboden zijn dood.´

De grote componist maakte zichzelf nog raadselachtiger door in de laatste dertig jaar te zwijgen. Hij werkte aan een Achtste Symfonie, maar liep vast. De muziek die hij in zijn hoofd had - een ononderbroken stroom van natuur-geïnspireerd orkestgeluid - liet zich niet vastleggen zoals hij wilde. Tijdens die lange stilte ontstond er een controverse rond zijn muziek. In Engeland en Amerika keek het publiek reikhalzend uit naar dat langverwachte nieuwe stuk; anderen hoopten dat hij definitief uitgecomponeerd was, want het was tijd voor iets moderners. Zijn reputatie kreeg nog een extra knauw toen de nazi´s hem op het schild hesen als een ´typisch arische´ componist.

Inmiddels is Sibelius geen onderwerp meer van bashing of blinde adoratie. Je kunt hem zien als een componist wiens grootste kwaliteit ook zijn handicap is: hij valt uit de toon en is niet goed vergelijkbaar met tijdgenoten. Dat maakt zijn muziek tot een uniek universum waarin je betoverd kunt ronddwalen - en waarbij je vaak het heerlijke gevoel krijgt de eerste of de enige te zijn die het gebied betreedt. 

 

Tekst door: Michiel Cleij