Kijk & luister

Artikelen

Radiohead: tussen rock, jazz en klassiek

Radiohead, A Jazz Symphony 

De symfonische kracht van het NNO ontmoet in december de jazz- en rockwortels van het Noordpool Orkest. Het resultaat is geen traditioneel concert, maar een programma waarin bekende songs een nieuw en gelaagd karakter krijgen. Radiohead, A Jazz Symphony ging in 2012 in première en werd meteen een groot succes. De muziek werd oorspronkelijk geschreven voor het Noordpool Orkest door oprichter en artistiek leider Reinout Douma, die ook deze uitvoering dirigeert.   

Op het programma staan verschillende bekende nummers van de Britse band Radiohead als Creep, Karma Police en Paranoid Android. Daarnaast klinken er tracks als The Eraser - een minimalistisch meesterwerk van Thom Yorke’s eerste solo-album uit 2006 - en Spectre. Zanger/gitarist/pianist Yorke is verantwoordelijk voor het grootste deel van de songs, waarbij zijn teksten en artwork (dat hij maakt met kunstenaar Stanley Donwood) een integraal geheel met de muziek vormen. 

Maar wat maakt deze muziek zo iconisch? Hoe kunnen we de kracht van de muziek van Radiohead en diens frontman Thom Yorke duiden? Bijvoorbeeld als een bundeling van origineel gecomponeerde muziek en diepe emotie. Veel musici uit de jazz en klassieke wereld weten de combinatie van originele akkoordenstructuren, melodieuze kracht en unieke klankkleuren op waarde te schatten.  

 

‘Knowing when not to play’ 

Toen Yorke in 2006 met The Eraser zijn eerste schreden op het solopad zette, kwam hij erachter dat hij zijn bandmaten bovenal nodig had om zijn eigen ideeën te structureren. Want hoewel de bandleden hun instrumenten uiteraard prima beheersen, zit de virtuositeit van de band hem dan ook vooral in de arrangementen, niet per se in individuele instrumentale krachtpatserij. Weten wanneer níet te spelen is hierbij een belangrijk element. Terwijl de muziek soms rijk gearrangeerd is, verstaat de band als geen ander de kunst van het weglaten. In de woorden van gitarist Ed O’Brien: ‘Knowing when not to play’. O’Brien is in Radiohead de man die met zijn texturale, soms ambient-achtige, gitaarwerk een soort canvas spant waarop de rest van de band schildert.  

 

De lenige, solide ritmesectie bestaande uit Philip Selway (drums) en Colin Greenwood (bas) kan het klein houden, maar soms ook monsterlijk uitpakken. Leadgitarist en multi-instrumentalist Jonny Greenwood voegt met zijn unieke, experimentele gitaarstijl een onmisbaar element toe aan het geheel. Daarnaast vindt hij inspiratie in een hele range van instrumenten, van piano tot glockenspiel, van synthesizer tot ondes-Martenot. Ook is hij een gerespecteerd klassiek componist van onder andere filmscores (zoals There Will Be Blood, The Master, Phantom Thread). Zijn inspiratie door mensen als Olivier Messiaen, Steve Reich, Henryk Górecki en Krzysztof Penderecki is ook het werk van Radiohead ingesijpeld en uit zich vooral in de strijkers-arrangementen waarin technieken als kwarttoonclusters, zoals ook toegepast in Penderecki’s Threnody for the Victims of Hiroshima, en col legno niet worden geschuwd. Voorbeelden van songs waarin strijkers een prominente rol spelen zijn bijvoorbeeld Climbing up the Walls, How to Disappear Completely, Nude, Burn the Witch, Daydreaming en de niet gebruikte James Bond theme Spectre. 

 

Invloeden 

Waar de band in zijn beginjaren gitaar-georiënteerde indierock maakte, is zij vanaf OK Computer en Kid A invloeden van jazz (Miles Davis, Alice Coltrane), krautrock (bands als Can en Neu!), elektronische muziek (Autechre, Boards of Canada) en art rock (Talking Heads) in de muziek gaan verwerken. Ondanks de jazz invloeden vergelijken de bandleden zichzelf niet met jazzmusici; het zijn mannen die zich goed bewust zijn van hun eigen beperkingen. Veel invloeden uiten zich vooral ‘in de geest van’, en zijn eerder methodisch te noemen. Van de jazzers leenden ze de vrije geest, van bands als Can en Talking Heads de knip-en-plak-technieken. 

 

Dat neemt niet weg dat bij Radiohead ‘de song’ doorgaans het uitgangspunt is. Dit uit zich op verschillende manieren; soms Beatles-esque (Karma Police, The Daily Mail), soms in een wat abstracter muzikaal landschap, zoals Everything in Its Right Place. Songs als The National Anthem en Dollars & Cents zijn opgehangen aan repetitieve baslijnen, en in 15 Step, Let Down en These Are My Twisted Words vinden we polyritmiek terug. Dan is er de bijzondere structuur van Pyramid Song, waarin zowel de akkoorden als het ritme kunnen worden gevisualiseerd in piramidevorm; het lied staat in vierkwartsmaat, maar laat zich tellen als 1-2-3, 1-2-3, 1-2-3-4, 1-2-3, 1-2-3. Van 4 driehoekjes en een vierkant kan je inderdaad een piramide bouwen. Het zijn dit soort slimmigheden die de muziek van Radiohead zo waanzinnig interessant maken. Albums als The Bends, OK Computer, Kid A en In Rainbows worden mede om die reden ook tot absolute klassiekers in het alternatieve genre gerekend.  

 

Thom Yorke’s solowerk is veelal wat elektronischer van aard, en steunt wat meer op beats en klankcollages. Met Jonny Greenwood en jazzdrummer Tom Skinner vormt hij ook The Smile, een band die stilistisch ergens tussen Yorke’s solowerk en Radiohead te plaatsen is. Een constante in alle zijprojecten van Yorke is de melodieuze pracht, gebracht door een unieke stem. 

 

Magie 

De samenwerking tussen het NNO en het Noordpool Orkest onder leiding van Reinout Douma zal de luisteraar betoveren. Een herinterpretatie van muziek die van zichzelf al magisch is, gebracht door uiterst vakkundige muzikanten, is iets wat een echte liefhebber niet wil missen. 

  

Tekst: Chris van der Ploeg

 

Radiohead wordt opgevoerd van 1 t/m 4 december, klik hier om kaarten te bestellen!