Kijk & luister

Artikelen

Een vaste plek voor een vertrouwd gezicht: Nieuwe vaste gastdirigent Kerem Hasan

Per 1 augustus 2025 is Kerem Hasan (1992) aangetreden als vaste gastdirigent van het Noord Nederlands Orkest. Een verbintenis die is aangegaan voor de duur van vier seizoenen. In het voorjaar van 2026 staat Hasan voor het eerst  in zijn nieuwe functie bij het NNO op de bok. Naast Kerem Hasan blijft Hartmut Haenchen als vaste gastdirigent aan het NNO verbonden; Haenchen vervult deze rol sinds 2021. Eivind Gullberg Jensen is sinds 2021 chef-dirigent van het NNO. 

In het voorjaar van 2026 staat Kerem Hasan op de bok in zijn nieuwe functie als vaste gastdirigent. Daarmee gaat een wens van NNO-bestuur, orkestleden én heel veel concertbezoekers in vervulling. Want Hasan maakte zich al geliefd bij zijn eerste NNO-optreden in 2018. Sindsdien is de band alleen maar sterker geworden. Enthousiasme alom dus, ook bij Hasan zelf. ´Dit is zó leuk, echt. Hoelang ken ik het orkest nu? Zeven jaar? En bijna elk seizoen mocht ik terugkomen. Dan ga je de musici echt kennen. Het was altijd al geweldig, maar nu kan het alleen maar nog mooier worden.´ Een gastdirigent is een nomade, met alle bijbehorende vrijheden en beperkingen. Het uitdiepen van je visie op een specifiek orkest is er doorgaans niet bij; daarvoor moet je chef-dirigent zijn. Maar een vast gastdirigentschap garandeert regelmatige terugkeer. ´En dat is natuurlijk precies wat je nodig hebt als je een relatie echt wilt uitbouwen´, zegt Hasan. Als gastdirigent ben je aan het speeddaten. Op papier kan het een match lijken, maar of het werkt moet nog blijken – dat weet je pas als je tijdens het dinertje tegenover elkaar zit.´Heeft het ooit tot een regelrechte mismatch geleid? ´Volgens mij niet, maar met sommige orkesten heb je nu eenmaal een betere chemie dan met andere. En zelfs als het voor beide partijen aangenaam is, is het in eerste instantie oppervlakkig. Daarom ben ik zo blij dat ik hier aan de slag kan. Met het NNO was er meteen een klik en die is er nog steeds. Als ik voor dit orkest sta hoor ik blije musici en dat hoort het publiek ook. Dirigenten vergelijken het vaak met een huwelijk: na een paar jaar ken je elkaar, je kunt elkaars gedachten raden, je maakt samen een ander soort muziek dan die eerste keer. Het is rijker, er is meer ruimte voor nuance.´

Over belangstelling heeft de Cypriotisch/Engelse dirigent nooit hoeven klagen. Na zijn opleiding in Engeland en Duitsland maakte hij zijn grote doorbraak toen hij in 2017 winnaar werd van de Herbert von Karajan Young Conductors Award, een prijs die traditioneel door de Salzburger Festspiele wordt uitgereikt en die heel wat jonge dirigenten internationaal op de rails zet. Uitnodigingen uit diverse landen stroomden binnen en Hasan reisde heel wat af, maar Oostenrijk leek hem niet kwijt te willen: hij accepteerde in 2019 een chef-dirigentschap in Innsbruck, waar hij vier jaar zijn stempel op het Tiroler Symphonieorchester drukte. Dat hij zover gekomen is dankt hij mede aan Bernard Haitink, bij wie hij in Amsterdam en Chicago enige tijd als gastdirigent fungeerde. Nog altijd denkt hij met grote affectie aan zijn mentor terug. ´Haitinks adviezen waren enorm waardevol, maar het meeste leerde ik door zijn concerten bij te wonen en hem te zíen dirigeren. Hij straalde altijd al een zen-achtige rust uit en werd door de jaren heen steeds kalmer. Het gevolg was dat alle musici volledig op hem gefocust waren. Ik zal nooit vergeten hoe hij op één van zijn laatste concerten met het Concertgebouworkest Mahlers Negende leidde. Die wegstervende slotmaten dirigeerde hij zó subtiel en zó geconcentreerd. Onnavolgbaar en inspirerend tegelijkertijd. Daar zag je hoe intens de relatie was die hij met het orkest had opgebouwd.´

Niet dat het altijd ingetogen moet zijn. ´Het hangt natuurlijk van je persoonlijkheid af. Kijk naar iemand als Leonard Bernstein: die bereikte met zijn hyper-extraverte dirigeerstijl ook geweldige resultaten. Er zijn veel manieren om een orkest tot grote hoogte te brengen. Het belangrijkst is dat je de musici meekrijgt, dat ze de noodzaak voelen om alles uit een stuk te halen – ook als die muziek niet naar hun smaak is. Je moet samen in dezelfde richting bewegen. Ik zie mezelf daarbij niet zozeer als leider, maar als iemand die met het orkest samenwerkt.´ Dat laatste is niet onopgemerkt gebleven. De Volkskrant prees hem enkele jaren geleden als ´een dirigent die het orkest niet dwong, maar uitnodigde´. En de musici zelf waarderen zijn communicatieve houding. Dat kan tegenwoordig ook niet anders, vindt Hasan. ´De rol van een éénentwintigste-eeuwse dirigent is samenwerken. De tijd van autoritaire maestro´s is voorbij. Overal waar ik kom, probeer ik de ruimte te lezen en de reacties te voorspellen. Ik kan een koffer vol ideeën meenemen naar de eerste repetitie, maar als een solist een frase op een verrassend andere manier speelt wil ik dat gebruiken. Je staat open voor elkaars visie en als de verschillen echt groot zijn ontmoet je elkaar halverwege. En natuurlijk kun je tijdens de pauze proberen elkaar te overtuigen. Voor conflict is eenvoudig geen plaats.´

Uit dezelfde Volkskrant-recensie: ´Hasan woelde mysterieuze blazerskleuren los en liet de strijkers klinken als een secuur afgestelde, peperdure harp.´ ´Dat zijn mooie complimenten. Het gaat uiteindelijk allemaal om de klank. Hoe moet Rachmaninoff hier klinken? Hoe haal ik het beste uit dit stuk van Ravel? Thuis bereid ik me daarop voor, wat best lastig is als je steeds voor een ander orkest staat. In mijn hoofd probeer ik diverse klankmogelijkheden uit. Tijdens de repetities probeer je zoveel daarvan te realiseren. Gebrek aan repetitietijd is vaak een probleem, zeker in Engeland. Daar staat tegenover dat ik nooit een stuk wil doodrepeteren. Op het concert moet er altijd een verrassing zijn, een toegevoegde waarde die eerder nog niet aan de oppervlakte kwam. Het leuke is: na de laatste noot is het stuk weg en kan het opnieuw gerealiseerd worden, met een heel andere klank! Veel mensen denken dat klassieke muziek dode materie is, maar je bent constant aan het herscheppen. Daar komt enorm veel alertheid bij kijken, en adrenaline.´ Ter illustratie citeert Hasan een collega-dirigent. ´Die zei: Mozart gaf in zijn partituren nauwelijks speelaanwijzingen en toch lijken veel uitvoeringen op elkaar. Terwijl Mahler, die enorm gedetailleerde instructies over de voordracht geeft, bij elk orkest en elke dirigent totaal anders klinkt. Hij had gelijk. Niet alleen dirigeerstijl evolueert, de uitvoering wordt ook bepaald door het moment en door de sfeer in de zaal. Daarom zijn live-uitvoeringen ook zo geweldig.´

Gezien zijn enthousiasme is het verwonderlijk dat Hasan vooralsnog zelf geen jonge dirigenten opleidt. ´Maar ik werk wel veel met jeugdorkesten, dat is zo ongelofelijk waardevol. Voor hen en voor mij. Laatst, tijdens een vraag- en antwoordsessie met een Australisch orkest, viel het me op dat die jonkies vooral in praktische beroepskwesties geïnteresseerd zijn, en terecht. Speeltechniek en interpretatie leer je al doende. Ze vroegen hoe ze met afwijzing om moesten gaan, hoe de muziekmarkt werkt, hoe je jezelf als musicus onderhoudt. In mijn conservatoriumtijd werd daar nauwelijks aandacht aan besteed.´ En dat, zegt Hasan, geeft hoop voor de toekomst. ´Die musici van morgen moeten ook de zakelijke realiteit kennen om klassieke muziek levend te houden. Instrumentbeheersing is niet genoeg. Evenzo is het voor orkesten belangrijk dat ze zich aanpassen en moderniseren. De meeste doen dat inmiddels ook, en het NNO is in dat opzicht opvallend dynamisch. Het brengt precies de gevarieerde en verrassende concertprogramma´s waar ik zelf zo van houd. Volgens mij voelen de musici zich daar ook happy bij. Ze spelen vol overgave film- of gamemuziek, en als ik met hen Tsjaikovski doe is dát weer het belangrijkste stuk. Ze hebben totale focus op wat ze doen. Wat wil je nog meer, als dirigent?´

© Michiel Cleij 2025