Programmatoelichting Nieuwjaarsconcert

Dit feestelijke programma van het NNO staat bol van de energie dankzij een smaakvolle en rijke blend van Weense elegantie, Spaanse vurigheid en Italiaanse lyriek. Drie muzikale tradities die al generaties verleiden, opzwepen en ontroeren. Pakkende ouvertures, gepeperde Spaanse klassiekers en natuurlijk de onmisbare Weense walsen en polka’s: het is er allemaal. De ultieme manier om het jaar op onvergetelijke wijze op te starten!

Stersopraan Leonor Amaral is het stralend middelpunt van de avond en onder de elektriserende leiding van Eivind Gullberg Jensen ontvouwt zich gegarandeerd een groots muziekfeest – precies zoals een Nieuwjaarsconcert hoort te zijn.

 

Italiaanse esprit

Het concert opent met een van de meest geliefde ouvertures uit de operaliteratuur: Rossini’s ouverture tot de opera Il Barbiere di Siviglia, over de slimme barbier Figaro die een graaf helpt zijn geliefde te schaken – al meer dan 200 jaar een kaskraker. De ouverture staat synoniem voor gevatte humor, energieke lichtheid en virtuoze orkestrale wendbaarheid. Rossini komt direct en onnavolgbaar to the point met zijn iconische, spanningsvolle akkoorden, direct gevolgd door een u welbekend indringende, puntig mineurthema. Rossini’s handelsmerk, een opzwepende opbouw aan het eind (herhaling van een zelfde motief met een aanhoudende orkestrale zwaan-kleef-aan), ontbreekt niet en ontlaadt in een knallend slot. Het is duidelijk: de kurk is van de fles!

Spaans vuur

Na dit Italiaanse vuurwerk verplaatsen we ons naar het immer zonovergoten Iberisch schiereiland. In dit deel van het programma komt onmiskenbaar het Spanje van arena’s, pleinen, cafés en theaters tot leven – dynamisch, kleurrijk en vol emotionele intensiteit. Manuel Penella’s Pasodoble windt er bepaald geen doekjes om en maakt dat we ons direct in een Spaanse arena wanen. Deze trotse dans, met z’n daadkrachtige ritmes dynamiek, verklankt de statige, zelfbewuste stappen van de toreador. In muziek gevangen machismo! Het resultaat is direct en dramatisch, maar bepaald niet gespeend van zwoele lyriek, een combinatie die de Spaanse muziek zo onweerstaanbaar maakt. Daarna schittert sopraan Leonor Amaral in Barbieri’s Canción de Paloma, uit de zarzuela El barberillo de Lavapiés. De zarzuela is een typisch Spaanse mengvorm van opera, theater en dans. Tegelijkertijd is het een mengvorm van hoge kunst en volkskunst en daarom eeuwenlang ontzettend populair in Spanje, tot diep in alle lagen van de bevolking. Canción de Paloma ademt pure Spaanse passie: de melodie is elegant en verleidelijk, maar zindert door een ondertoon van verlangen. Dan: geen Spanjaard maar een ‘verdwaalde’ Fransman: Émile Waldteufel, vooral bekend om zijn elegante walsen en dansmuziek. Zijn España is een levendige dans in Spaanse stijl, met pittige ritmes en een vrolijke, feestelijke energie die typisch is voor Waldteufels dansmuziek. Het orkest schittert hierna naast Lamaral in Giménez’ duizelingwekkende aria La Tarantula uit La Tempranica: en vervolgens in Pascual Marquina Narro’s wereldberoemde España Cañí – samen verantwoordelijk voor een energie die dit concert nog lang na smeult! Uit de Spaanse zarzuela-traditie klinkt ook Ruperto Chapí’s Carceleras uit Las Hijas de

Zebedeo, muziek vol karakter en temperament. Hierin bezingt een vrouw, die door eigen onnozelheid telkens onnavolgbaar van de regen in de drup raakt, wanhopig haar lijden en verlangen – vanuit de gevangenis. Dit is een heus bravourestuk waarin trefzekere dictie, ritmische scherpte en vocale virtuositeit samenkomen.

 

Weense elegantie en charmante lichtheid

In dit concert haakt het NNO – hoe kan het ook anders – óók aan bij de aloude traditie van de Wiener Musikverein: geen nieuwjaarsviering zonder de walsen en polka’s van de familie Strauss. Deze muziek roept onmiddellijk beelden op van elegant geklede, over glimmende dansvloeren zwierende koppels in weelderige Weense balzalen. We horen vandaag onder andere de ouverture tot Johannes Strauss jr.’s operette Der Zigeunerbaron, een uitbundig muzikaal feest van melodische en ritmische rijkdom. De opening is pakkend en uitnodigend. Het Hongaarse platteland klinkt dichtbij, de mondaine wereld van de operette en balzaal lijkt nog ver weg. Maar geleidelijk aan verandert dan tóch dat decor en bevinden we ons ineens alsnog in de somptueuze sprookjeswereld van Keizerlijk Wenen. Mein Herr Marquis is een beroemde aria uit Strauss jr.’s operette Die Fledermaus, gezongen door de slimme en ondeugende dienstmeid Adele. De aria is lichtvoetig en humoristisch, met snelle, virtuoze passages die Adele’s speelsheid benadrukken. Het stuk toont Strauss’ talent voor melodie en timing, waardoor het een blijvende publieksfavoriet is.

Het programma brengt natuurlijk ook de polka’s en walsen die Strauss’ oeuvre zo buitengewoon geliefd maken. Zo komen ook Auf der Jagd, een polka vol humor en verrassingen en de Frühlingsstimmen – Walzer voorbij, één van Strauss’ meest lyrische walsen en een muzikale ode aan de lente. Natuurlijk is er ook de in de Musikverein dikwijls klinkende ondeugd Tritsch Tratsch Polka; speels, razendsnel en onverwoestbaar opgewekt.

Uit het operetterepertoire klinkt Eduard Künneke’s Strahlender Mond, een lied uit de operette Der Vetter aus Dingsda. Het is en warm en poëtisch lied dat goed laat zien hoe Künneke klassieke operette-tradities kundig met aantrekkelijke, volksachtige melodieën wist te combineren. Feestelijke hekkensluiter is Jeanine Tesori’s The Girl in 14G, gezongen door een jonge vrouw die in haar kamer iets te veel meekrijgt van de nogal uiteenlopende muzikale voorkeuren van haar buren. Dit indrukwekkende staaltje Broadway bravoure is niet alleen humoristisch maar ook virtuoos en daardoor vocaal erg uitdagend; een indrukwekkend stuntstuk als uitsmijter!

 

Sipke Hoekstra