Kijk & luister

Artikelen

Tussen traditie en technologie

In juni 2026 verandert De Oosterpoort in een proeftuin voor technologie. Tijdens de Arts & Technology Week onderzoekt het Noord Nederlands Orkest samen met studenten hoe het is om symfonische muziek te maken in een wereld vol kunstmatige intelligentie, interactie en nieuwe technieken. En tijdens Hello world! kan het publiek dat meebeleven. 

“De toekomst is iets waar je je toe móét verhouden”, zegt Jasper Berben, teamleider Orkestzaken en projectleider Arts & Technology van het NNO. “De wereld om ons heen verandert razendsnel, daar kan een symfonieorkest ook niet omheen. Daarom hebben we in ons beleidsplan een Digitaal Ontwikkellab opgenomen: een meerjarig onderzoek naar de impact van nieuwe technologie op publiek, musici en concertzalen. De Raad voor Cultuur prees dit initiatief als ‘een van de meest veelbelovende innovatietrajecten binnen de orkestsector’.”

Waarom het NNO hiermee bezig is
Een symfonieorkest is diep geworteld in de 18de eeuw, met rode pluche, kroonluchters en een publiek dat stil in de stoelen zit. “Prachtig, en dat mág ook blijven”, zegt Jasper. “Maar musea zijn inmiddels van stille zalen met bordjes veranderd in interactieve belevingsplekken. Het is logisch om te vragen: moet de concertzaal daar niet óók iets van meekrijgen?”

Het publiek wordt juist diverser in leeftijd en samenstelling. “We doen al veel om jonge mensen te bereiken (denk aan Lowlands en de schoolprojecten) maar de generatie die opgroeit met games, touchscreens en AI ervaart de wereld anders. Technologie kan helpen om de concertbeleving voor hén en voor ons vaste, trouwe publiek te verrijken.”

Belangrijk nuanceert hij meteen: “Het gaat nooit om vervanging, altijd om verrijking. Een orkest is een baken van menselijkheid: tachtig musici die samen spelen, luisteren en reageren. Dat kun je niet door robots laten overnemen.”

Een proeftuin in De Oosterpoort
Samen met CrossWise (de innovatiepraktijk van SPOT Groningen) en het Prins Claus Conservatorium (PCC) richt het NNO een proeftuin in met één centrale vraag: hoe kan technologie de symfonische praktijk verrijken?

Jasper: “We kijken steeds naar een driehoek: orkest en musici, de zaal en infrastructuur, en het publiek. Wat gebeurt er als je niet alleen de muziek verandert, maar ook de ruimte en de manier waarop mensen meebeleven?”

Soms zijn de toepassingen heel praktisch. “Je kunt bijvoorbeeld software ontwikkelen waardoor een soundcheck niet veertig, maar tien minuten duurt. Dat klinkt saai, maar het levert tijd en rust op voor musici en technici, en uiteindelijk kwaliteit voor het publiek.”

Andere ideeën raken direct aan de beleving. “Stel dat je met sensoren in de zaal kunt meten in wat voor emotionele stemming het publiek binnenkomt, en na afloop weer. Kun je dan zien wat een concert doet met mensen? Het zijn verkenningen: we weten nog niet waar het eindigt, maar het zijn spannende vragen.”

Studenten aan het stuur
Om die vragen te onderzoeken, heeft het NNO samen met CrossWise en het conservatorium een open call uitgezet voor studenten van onder andere PCC, Academie Minerva, Noorderpoort en verschillende techniek- en game-opleidingen.

“We hebben gezegd: we hebben een orkest, een zaal en techniek. Kom maar door met je ideeën. Uit alle inzendingen hebben we drie projecten gekozen die we nu verder ontwikkelen. Denk aan muziek die live visueel wordt vertaald met beelden, of aan een opstelling waarin publiek en musici door de ruimte bewegen en sensoren beweging omzetten in geluid en licht.” Ook multidisciplinair kunstenaar Robin Coops sluit aan bij dit project en werkt daarbij aan een concept waarin via een app interactie met het publiek wordt gerealiseerd. 

Tijdens de Arts & Technology Week in juni 2026 worden de eerste resultaten gepresenteerd in en rond De Oosterpoort: in de Grote Zaal, maar ook in foyers, kleinere zalen en uithoeken van het gebouw. Daarnaast sluiten partners als Academie Minerva aan met hun eigen programma rond kunst en technologie.

Dromen, vragen en een duidelijk uitgangspunt
Zijn er al harde doelen? Jasper schudt het hoofd. “We zitten echt in de onderzoeksfase. Maar we zien het borrelen in heel Groningen, iedereen is ermee bezig. Het leuke is dat wij voorloper zijn, omdat we in staat zijn concreet een uitwerking te geven aan dit gedachtegoed. We doen dingen. Mijn droom is dat er iets ontstaat dat zó raak is, dat we het verder kunnen uitbouwen: een nieuw soort interactie met ons publiek, een nieuwe manier van luisteren, een format dat we vaker kunnen inzetten. Maar wat dat precies is, weten we nog niet. Dat ís de zoektocht.”

Onderweg zullen er dingen mislukken, verwacht hij. “Dat hoort bij een proeftuin. Maar het belangrijkste is dat we het gesprek aangaan: met onze musici, met partners in de stad, met studenten en met ons publiek. Eén ding staat vast: de basis blijft dat er mensen spelen. Punt. Alles wat we met technologie doen, is bedoeld om die menselijke ervaring van symfonische muziek nog voelbaarder te maken.”

 

Tekst: Sharon Bremer
Dit artikel verscheen in wintereditie '25 van het NNO Vriendenmagazine. Vrienden van het NNO ontvangen twee keer per jaar het Vriendenmagazine. Vol met achtergrond verhalen, interviews en artikelen. Lees meer over onze Vriendenvereniging.